Implantologie

BEHANDELING

Afhankelijk van de complexiteit kan de duur van de hele behandeling variëren van 1,5 maand tot 1,5 jaar. In het tijdspad van de behandeling worden globaal de volgende stappen doorlopen:

  • eerste implantaat consult + opstellen behandelplan
  • tweede consult bespreken behandelplan/begroting
  • bot opbouwen (indien nodig)
  • plaatsen van de implantaten
  • vervaardigen van de suprastructuur (kroon, brug of prothese)
  • regelmatig controles

EERSTE IMPLANTAATCONSULT

Door middel van mondonderzoek en röntgenfoto’s wordt de toestand van uw gebit beoordeeld. Op deze manier zoeken wij naar een oplossing voor uw specifieke gebitsproblemen. Als hulpmiddel voor het maken van een behandelplan worden er in bepaalde gevallen gipsmodellen gemaakt van uw gebit. Hierop kan een boormal gemaakt worden die de chirurgie begeleidt. Dit maakt een preciezere planning en plaatsing mogelijk.

Vaak kan meteen een behandelplan worden opgesteld, maar soms zijn er meerdere mogelijkheden waarvan een oplossing met implantaten er één kan zijn. We kiezen dan samen met u voor één of meerdere opties waarbij wij u zo goed mogelijk over het te verwachten eindresultaat zullen informeren. Er worden één of meerdere behandelplannen opgesteld en met de bijbehorende gespecificeerde begrotingen met u meegegeven, zodat u thuis in alle rust uw definitieve keuze kunt maken.

TWEEDE IMPLANTAATCONSULT

Tijdens deze afspraak wordt het definitieve behandelplan vastgesteld. Indien u akkoord gaat vragen wij u om het behandelplan en bijbehorend Informed Consent te ondertekenen. De behandeling wordt pas daadwerkelijk begonnen als alles volledig duidelijk is en u geheel akkoord bent.

In sommige gevallen moeten er een aantal voorbereidende behandelingen worden uitgevoerd alvorens met de feitelijke implantologische behandeling kan worden begonnen. Deze voorbereidingen kunnen betrekking hebben op het niveau van de mondhygiëne, de conditie van het tandvlees en op de staat van bestaande vullingen en/of kronen. Soms moeten eerst één of meerdere tanden of kiezen worden verwijderd.

Voor complexe gevallen is een boormal noodzakelijk om de positie van de implantaten precies in te plannen. Hiervoor worden studiemodellen (na afdruk) gemaakt en worden de toekomstige tanden esthetisch en fonetisch ingepland.

Een update van RX (OPG of scan-opname) is voorzien.

Verder worden de noodzakelijke voorschriften verstrekt. Meestal betreffen deze een antibioticum om tijdens de behandeling extra bescherming te bieden tegen eventuele infecties, een desinfecterend spoelmiddel en een pijnstiller. Desgewenst kan ook een kalmerend middel worden voorgeschreven.

Tijdens deze consultatie worden een begroting en betaalplan opgesteld en besproken.

Afhankelijk van de vorm van de kaakkam en de hoeveelheid beschikbaar bot zijn er globaal 3 mogelijke uitgangssituaties voor de behandeling:

  • er is voldoende bot aanwezig in de kaakkam en er kan direct worden geïmplanteerd
  • er is onvoldoende bot aanwezig zodat er een bot-toevoegende ingreep moet worden uitgevoerd, de implantaten kunnen gelijktijdig worden geplaatst
  • er is zo weinig bot aanwezig dat er eerst een aparte bot-toevoegende ingreep moet worden uitgevoerd, in dit geval kunnen de implantaten pas 6 tot 9 maanden later worden geplaatst

BOT OPBOUWEN

Het komt nog al eens voor dat er te weinig bot is om zonder meer een implantaat te kunnen plaatsen zoals hierboven omschreven bij b. en c. In deze gevallen moet er eerst nieuw bot worden “gemaakt”. Hiervoor bestaan verschillende technieken die vaak gecombineerd worden toegepast:

  • het aanbrengen van kunstbot
  • het transplanteren van eigen bot, afkomstig uit een andere mondregio
  • het gebruik van speciale filters (membranen)

PLAATSEN VAN DE IMPLANTATEN

Onder lokale verdoving wordt eerst een snede in het tandvlees gemaakt zodat het kan worden geopend. Daarna wordt in het onderliggend bot heel nauwkeurig een gaatje geboord (implantaatbed) waar vervolgens een schroefvormig titanium implantaat wordt ingebracht. Daarna wordt het tandvlees weer teruggelegd en gehecht.

Het implantaat ligt nu verstopt onder het tandvlees, zodat het bot er in alle rust tegenaan kan groeien. Er volgt dan een periode van inheling (osseoïntegratie) die kan variëren van enkele weken tot soms meer dan 6 maanden. De dag na de operatie wordt u, indien nodig, door ons gebeld om te horen hoe de operatie is verlopen. Dan volgt na 1 à 2 weken nogmaals een controle op de wondgenezing en worden de hechtingen verwijderd.

In de onderkaak moet men rekening houden met de inferieure zenuw die langs de kaakkam loopt. Indien het implantaat tegen de zenuw geplaatst wordt, kan hij gekwetst zijn en tijdelijk terugtrekken tijdens de ingreep. Deze zenuw is verantwoordelijk voor gevoeligheid van tanden en onderlip. Het kan dus gebeuren dat er een tijdelijke (zeer zelden definitief) ongevoeligheid optreedt in de onderlip. De functie van de lip wordt evenwel niet aangetast.

In de bovenkaak ligt de sinus. Het gebeurt wel eens dat er tot in de sinus geboord wordt of dat het implantaat gedeeltelijk in de sinus komt te zitten. Een kleine bloeding kan dan optreden, de dagen na de ingreep kunnen kleine bloedklonters in neus of keel terecht komen.

VERVAARDIGEN VAN DE SUPRASTRUCTUUR (KROON, BRUG OF PROTHESE)

Na de periode van heling wordt onder lokale verdoving het implantaat weer opgezocht en wordt er een healing abutment (= verbindings-hulpstuk ; metalen of zirconium opbouw dat boven het tandvlees zit) geplaatst. Er worden opnieuw afdrukken gemaakt van de nieuwe situatie in de mond. Vervolgens worden door het laboratorium speciale lepels vervaardigd voor de definitieve afdrukken.

Het maken van de suprastructuur wordt gemiddeld in 2 tot 6 afspraken uitgevoerd. Een suprastructuur is een basis of onderbouw met kunsttanden die samen de prothese op de implantaten vormt. Voor uitgebreid kroon- en brugwerk kunnen het aantal afspraken individueel oplopen.

De tijdsduur tussen het plaatsen van de implantaten en deze vervolgbehandelingen kan variëren van minder dan 6 weken tot meer dan 6 maanden. Dit is afhankelijk van verschillende factoren zoals:

  • de hardheid van het kaakbot (in de onderkaak is het bot van betere kwaliteit dan in de bovenkaak)
  • de afmeting van de gebruikte implantaten
  • het verloop van de chirurgische procedure
  • het al dan niet toepassen van bottoevoegende technieken (sinuslift)
  • uw genezingsproces

Soms is het mogelijk een implantaat zo te plaatsen dat het al direct door het tandvlees heen steekt. We spreken dan van éénfase chirurgie. Hierdoor hoeft het implantaat niet in een 2e zitting onder verdoving vrijgelegd te worden. Deze techniek wordt veelal toegepast wanneer er sprake is van een overkappingsprothese op 2 of 4 implantaten in de onderkaak. Een enkele keer zit het implantaat meteen al zo stevig dat er al direct of binnen een paar dagen een voorlopige constructie op kan worden bevestigd.

REGELMATIGE CONTROLE

U zal nooit problemen hebben met het implantaat op zich. Het is goed om weten dat het implantaat gesteund wordt door hetzelfde tandvlees als uw natuurlijke tanden. Het risico op parodontale problemen (infectie en terugtrekking van het tandvlees) is even groot dan in een natuurlijke situatie. Een goede mondhygiëne en regelmatige controle bij de tandarts is dus van het allergrootste belang.

Een controle van de mondhygiëne wordt gepland, 3 weken na plaatsing van de prothese.